Engels › Engelse grammatica en interpunctie
groep 3 t/m 5richtlijnVerleden, tegenwoordige tijd en duurvorm
Werkwoorden gebruiken om verleden en tegenwoordige tijd correct en consistent weer te geven, inclusief de Engelse duurvorm (bijvoorbeeld: she is drumming, he was shouting), en begrijpen hoe de werkwoordstijd de tijd aangeeft
Je kind beheerst dit als het...
- Schrijft een tekst consequent in de verleden tijd, zonder over te schakelen naar de tegenwoordige tijd
- Gebruikt de Engelse duurvorm correct, zoals 'was running' en 'is jumping', om te laten zien dat iets nog bezig is
- Herkent werkwoorden in een zin en verandert ze van de verleden naar de tegenwoordige tijd of andersom
Vraag eens aan je kind
Als je kind schrijft over iets wat gisteren gebeurde tegenover iets wat nu gebeurt, past hij of zij dan het werkwoord aan, bijvoorbeeld door "she jumped" te schrijven voor het verleden en "she is jumping" voor nu?
Eerst dit
- Zelfstandige naamwoorden en werkwoorden Je kind moet eerst werkwoorden kunnen herkennen voordat het de juiste werkwoordstijd kan toepassen.
- Grammatica: zelfstandige naamwoorden, werkwoorden en tijd Het begrip duurvorm (progressive form) in het Engels bouwt voort op eerder opgedane kennis over werkwoorden.
- Herzien en nakijken Het begrip duurvorm (progressive form) in het Engels bouwt voort op eerder opgedane kennis over werkwoorden.
- Zinnen bouwen Begrip van de zin helpt je kind te snappen hoe werkwoorden functioneren in een Engelse zin.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Bedrijvende en lijdende vorm Om de lijdende vorm in het Engels te leren, moet je kind eerst werkwoordstijden beheersen.
- De present perfect-tijd De present perfect (een Engelse werkwoordstijd) bouwt voort op de werkwoordstijden die je kind eerder in het Engels heeft geleerd: verleden tijd, tegenwoordige tijd en de duurvorm.
- Modale hulpwerkwoorden en mogelijkheid Modale werkwoorden drukken verschillende gradaties van mogelijkheid uit en worden begrepen binnen het bredere kader van werkwoordstijd en aspect.
- Onregelmatige werkwoorden in de verleden tijd Onregelmatige werkwoorden in de Engelse verleden tijd bouwen voort op het begrijpen van de regelmatige verleden tijd
- Standaard Engelse werkwoordsvormen Voor de standaardvervoegingen van Engelse werkwoorden moet je kind eerst de tegenwoordige en verleden tijd van werkwoorden begrijpen.
- Werkwoordstijden: verleden, heden en toekomst in het Engels De eenvoudige werkwoordstijden in het Engels, waaronder de toekomende tijd, bouwen voort op wat je kind al weet over de verleden tijd, de tegenwoordige tijd en de progressive vorm.
- Doorlopende werkwoordstijden (progressive tenses) Je kind heeft de duurvorm in het Engels (is drumming, was shouting) al eerder gezien; nu wordt dat uitgebreid naar alle drie de duurvormen: tegenwoordige, verleden en toekomende tijd.