Rekenen › Vermenigvuldigen en delen
groep 4richtlijnTafels van vermenigvuldiging (7+)
Kent en gebruikt de vermenigvuldig- en deeltafels van 3, 4 en 8 uit het hoofd
Je kind beheerst dit als het...
- Kent de tafel van 3 van keer 1 tot keer 12 en de bijbehorende deelsommen uit het hoofd
- Kent de tafel van 4 van keer 1 tot keer 12 en de bijbehorende deelsommen uit het hoofd
- Kent de tafel van 8 van keer 1 tot keer 12 en de bijbehorende deelsommen uit het hoofd
Vraag eens aan je kind
Kan je kind sommen uit de tafels van 3, 4 en 8 snel uit het hoofd opnoemen, zoals '8 × 7 = 56' of '36 : 4 = 9', zonder ze steeds opnieuw te hoeven uitrekenen?
Eerst dit
- Tafels van 2, 5 en 10 De tafels van 3, 4 en 8 bouwen voort op de al bekende tafels van 2, 5 en 10.
- Doortellen (4, 8, 50, 100) Tellen in stappen van 4 en 8 helpt bij het aanleren van die tafels.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Alle tafels tot en met 12 Alle tafels tot 12 keer 12 kennen bouwt voort op het kennen van de tafels van 3, 4 en 8
- Schriftelijk vermenigvuldigen en delen Cijferend vermenigvuldigen en delen vereist dat je kind de tafels kent
- Vlot vermenigvuldigen en delen Vlot kunnen rekenen tot 100 bouwt voort op het kennen van de tafels van 3, 4 en 8.
- Patronen in de tafels doorzien Patronen in de tafels van vermenigvuldiging oefenen herhaald redeneren.