Rekenen › Vermenigvuldigen en delen
groep 3richtlijnTafels van 2, 5 en 10
Kent en gebruikt de vermenigvuldig- en deelsommen uit de tafels van 2, 5 en 10
Je kind beheerst dit als het...
- Weet snel uit het hoofd dat 5 × 3 = 15
- Weet snel uit het hoofd dat 20 ÷ 5 = 4
- Kan de tafels van 2, 5 en 10 vlot opzeggen
Vraag eens aan je kind
Kan je kind snel sommen uit de tafels van 2, 5 en 10 opnoemen, zoals '5 × 6 = 30' of '20 ÷ 2 = 10', zowel voorwaarts als achterwaarts?
Eerst dit
- Tellen in sprongen van 2 De tafels van 2, 5 en 10 bouwen voort op het springend tellen in stappen van 2, 5 en 10
- Vermenigvuldigen als herhaald optellen Om de tafels uit het hoofd te kennen, moet je kind eerst begrijpen dat vermenigvuldigen hetzelfde is als herhaald optellen of groepjes maken
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Tafels van vermenigvuldiging (7+) De tafels van 3, 4 en 8 bouwen voort op de al bekende tafels van 2, 5 en 10.
- Vermenigvuldigen als herhaald optellen (6+ jaar) Vermenigvuldig- en deelsommen oplossen vereist dat je kind de tafels kent
- Vlot vermenigvuldigen en delen Vlot kunnen rekenen tot 100 bouwt voort op het kennen van de tafels van 2, 5 en 10.