Rekenen › Vermenigvuldigen en delen
groep 4richtlijnSchriftelijk vermenigvuldigen en delen
Schrijft en berekent vermenigvuldig- en deelsommen met bekende tafels, waaronder een tweecijferig getal keer een eencijferig getal, eerst uit het hoofd en later met een schriftelijke rekenmethode
Je kind beheerst dit als het...
- Berekent 23 × 4 door het getal te splitsen (20 × 4 + 3 × 4)
- Berekent 96 : 8 met behulp van bekende tafelsommen
- Begint een vaste schriftelijke rekenmethode te gebruiken voor vermenigvuldigen
Vraag eens aan je kind
Kan je kind sommen als '23 × 4' of '68 : 4' oplossen, uit het hoofd met kennis van de tafels, of door de som stap voor stap op te schrijven?
Eerst dit
- De tekens ×, ÷ en = lezen Vermenigvuldig- en deelsommen opschrijven vereist dat je kind vlot met de rekentekens omgaat
- Tafels van vermenigvuldiging (7+) Cijferend vermenigvuldigen en delen vereist dat je kind de tafels kent
- De drie cijfers van een driecijferig getal Een getal van twee cijfers vermenigvuldigen met een getal van één cijfer gebeurt door het getal op te splitsen in tientallen en eenheden (bijvoorbeeld 23 × 4 = 20 × 4 + 3 × 4)
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Cijferend vermenigvuldigen Kort (formeel) vermenigvuldigen bouwt voort op het schriftelijk vermenigvuldigen dat je kind al leerde in groep 5
- Vermenigvuldigen en delen in meerdere stappen Het oplossen van vermenigvuldig- en deelsommen vraagt om rekenvaardigheid.