Rekenen › Gegevens en statistiek
12+, na de basisschoolrichtlijnSpreidingsdiagrammen en verband
Eenvoudige wiskundige verbanden tussen twee variabelen beschrijven met spreidingsdiagrammen, positief, negatief of geen verband herkennen, en met een trendlijn voorspellingen doen
Je kind beheerst dit als het...
- Bivariate gegevens uitzetten in een spreidingsdiagram en het soort verband beschrijven dat je ziet
- Op het oog een trendlijn tekenen en daarmee een waarde schatten binnen het bereik van de gegevens
- Uitleggen wat positief verband, negatief verband en geen verband betekenen aan de hand van echte gegevens (bijvoorbeeld temperatuur en de verkoop van ijsjes)
Vraag eens aan je kind
Als je kind een spreidingsdiagram zou maken, bijvoorbeeld met het aantal uren leren voor een toets en de toetscijfers, kan je kind dan een trendlijn tekenen, het patroon beschrijven en hiermee een voorspelling doen?
Eerst dit
- Coördinaten (vanaf 11 jaar) Om spreidingsdiagrammen te kunnen gebruiken, moet je kind zelfverzekerd coördinaten kunnen uitzetten, ook buiten het eerste kwadrant.
- Metingen vergelijken Het interpreteren van spreidingsdiagrammen vereist inzicht in gemiddelden en de verdeling van gegevens.
- Statistische begrippen Om verbanden te beschrijven en een spreidingsdiagram te gebruiken, moet je kind de begrippen 'correlatie', 'spreidingsdiagram' en 'trendlijn' kennen.
- Grafieken van lineaire functies De trendlijn sluit aan bij het begrijpen van lineaire verbanden zoals y = mx + c.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Spreidingsdiagrammen Een spreidingsdiagram kunnen tekenen is de vaardigheid die nodig is om correlatie te kunnen begrijpen.