Schrijven in verschillende vormen
Schrijven voor uiteenlopende doelen en lezers naast verhalend schrijven, zoals scripts, gedichten, persoonlijke en formele brieven, aantekeningen voor een presentatie en andere vormen, waarbij steeds de juiste vorm, toon en schrijfconventies worden gekozen
Je kind beheerst dit als het...
- Een formele brief schrijven met de juiste opmaak, aanhef, toon en afsluiting
- Een script schrijven met regieaanwijzingen, personagenamen en geloofwaardige dialogen
- De schrijfstijl (woordkeuze, zinsbouw, toon) aanpassen aan verschillende lezers en doelen
Vraag eens aan je kind
Kan je kind in verschillende stijlen schrijven, afhankelijk van de opdracht, bijvoorbeeld een overtuigende brief, een instructie of een dagboekfragment, en klinkt elke tekst passend?
Eerst dit
- Vorm en toon afstemmen op je lezer Schrijven in verschillende vormen vereist het besef van publiek en doel dat je kind in KS2 heeft opgebouwd.
- Personages en dialogen schrijven Het schrijven van scripts en gedichten bouwt voort op verteltechnieken uit het verhalend schrijven.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Schrijftechnieken voor effect Retorische stijlmiddelen toepassen, zoals herhaling in drieën, herhaalde zinsopeningen en retorische vragen, om een tekst krachtiger te maken, bouwt voort op het vermogen van je kind om al zelfverzekerd te schrijven voor uiteenlopende doelen en in verschillende vormen, niet alleen verhalen