Rekenen › Vermenigvuldigen en delen
groep 6richtlijnRijen en kolommen bij vermenigvuldigen (9+)
Getallen met maximaal vier cijfers delen door een getal van één cijfer met de staartdeeltechniek (en met strategieën op basis van plaatswaarde en rijen/kolommen); de rest passend bij de context interpreteren
Je kind beheerst dit als het...
- 4.932 ÷ 6 uitrekenen met de staartdeeltechniek
- 125 ÷ 8 oplossen en het antwoord interpreteren: 15 rest 5 betekent 15 volle zakken met 5 dingen over
- Het verband tussen vermenigvuldigen en delen gebruiken om een deelsom te controleren
Vraag eens aan je kind
Kan je kind de staartdeling gebruiken om bijvoorbeeld '2.457 ÷ 6' uit te rekenen, en bedenken wat hij/zij met de rest moet doen?
Eerst dit
- Delen als onbekende factor Deling begrijpen als het zoeken van een onbekende factor helpt je kind bij het staartdelen.
- Vlot vermenigvuldigen en delen Vlot kunnen vermenigvuldigen en delen tot 100 is een voorwaarde om grotere getallen te kunnen staartdelen.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Delen door tweecijferige getallen Kort delen door een getal van twee cijfers bouwt voort op het kort delen door een getal van een cijfer uit Y5.
- Delen met rest Je kind moet de formele deelmethode beheersen voordat het meerstaps vraagstukken kan oplossen
- Delen met rest (vanaf 10 jaar) Staartdelen door een getal van twee cijfers bouwt voort op het delen door een getal van één cijfer dat je kind al eerder heeft geleerd.