Rekenpatronen herkennen
Eenvoudige patronen en structuren opmerken: zien dat de volgorde van optellen niets uitmaakt voor de uitkomst, en herkennen hoe getallen met elkaar samenhangen
Je kind beheerst dit als het...
- Merkt op dat 3 + 2 hetzelfde antwoord geeft als 2 + 3 (een eerste besef dat de volgorde niet uitmaakt)
- Herkent dat getallen tussen de 10 en 20 bestaan uit 'tien en nog wat' (bijvoorbeeld 14 is 10 en 4)
- Ontdekt een patroon in een reeks voorwerpen of getallen en voorspelt wat er hierna komt
Vraag eens aan je kind
Heeft je kind gemerkt dat het optellen van getallen in een andere volgorde hetzelfde antwoord geeft, zoals 3 + 5 en 5 + 3 die allebei 8 zijn, en kan je kind uitleggen waarom dat logisch is?
Eerst dit
- De getallen 11 tot 19 De getallen 11 tot en met 19 herkennen als 'tien en nog een paar erbij' oefent het zien van structuur.
- Optellen als samenvoegen Ontdekken dat de volgorde bij optellen niet uitmaakt, oefent het herkennen van patronen en structuur.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Patronen in vormen Bewust structuur gebruiken op 6-7 jarige leeftijd bouwt voort op het herkennen van eenvoudige patronen en structuren op 5-6 jarige leeftijd