Sociaal-emotionele ontwikkeling › Verantwoorde keuzes maken
groep 4 t/m 5richtlijnOmstander of opkomer zijn
De rol van omstander begrijpen: als je kind getuige is van onvriendelijk of oneerlijk gedrag, heeft het een keuze. Het kan een passieve omstander zijn (niets doen), meedoen, of een opkomer zijn (iets zeggen of hulp halen), en het zelfvertrouwen ontwikkelen om voor een ander op te komen
Je kind beheerst dit als het...
- Je kind kan het verschil uitleggen tussen een omstander en iemand die opkomt voor een ander
- Je kind kan minstens twee veilige acties beschrijven die iemand kan ondernemen om voor een ander op te komen
- Je kind kan een voorbeeld geven van een moment waarop het zelf, of iemand die het kent, voor een ander opkwam
Vraag eens aan je kind
Heeft je kind de moed om iets te zeggen, met de persoon die gepest wordt weg te lopen, of het aan een leraar te vertellen, in plaats van alleen toe te kijken, als hij of zij ziet dat een groepje kinderen gemeen doet tegen iemand op school?
Eerst dit
- Pesten begrijpen Het verschil tussen omstander en opkomer bouwt voort op het begrijpen van wat pesten is.
- Woordenschat: ethiek en burgerschap Het onderscheid tussen omstander en opkomer draait volledig om woordenschat: deze specifieke begrippen moeten eerst worden aangeleerd.
- Vriendelijkheid en zorgzaamheid in het dagelijks leven Opkomen voor een ander bouwt voort op zorg hebben voor anderen.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Groepsdruk en hoe je die weerstaat Weerstand bieden aan groepsdruk bouwt voort op het besef van het verschil tussen toekijken en opkomen voor jezelf of een ander.
- Vooroordeel en discriminatie Opkomen tegen discriminatie gaat gemakkelijker als je kind al weet hoe het voor een ander kan opkomen.