Natuur en techniek › Ecosystemen en leefgebieden
groep 3richtlijnLevend, dood en nooit levend geweest
Ontdekken en vergelijken wat het verschil is tussen dingen die leven, dingen die dood zijn, en dingen die nooit hebben geleefd
Je kind beheerst dit als het...
- Verdeelt een verzameling voorwerpen in drie groepen: levend, dood (was ooit levend) en nooit levend geweest
- Geeft een reden bij elke keuze (bijvoorbeeld: 'het blad zat aan een boom, dus het was ooit levend')
- Noemt kenmerken van levende dingen, zoals groeien, ademen, zich voortplanten en bewegen
Vraag eens aan je kind
Als je je kind een steen, een gevallen blad en een rups laat zien, kan hij of zij dan vertellen welke ervan leeft, welke ooit heeft geleefd en welke nooit heeft geleefd?
Eerst dit
- Woordenschat levende wezens Om levende, dode en nooit-levende dingen te vergelijken en te beargumenteren waarom, heeft je kind woorden voor levensprocessen nodig
- Bekende dieren benoemen Diergroepen kennen helpt om levende van niet-levende dingen te onderscheiden
- Veelvoorkomende planten en bomen Plantennamen kennen helpt om levende van niet-levende dingen te onderscheiden
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Leefgebieden en basisbehoeften Je kind moet eerst het verschil kennen tussen levend en niet-levend, voordat het kan begrijpen hoe een leefgebied levende wezens ondersteunt.
- Fossielen als bewijs Het verschil tussen levend en dood begrijpen helpt je kind om fossielen te leren interpreteren.
- Hoe fossielen ontstaan Begrip van het verschil tussen levend en dood helpt je kind te begrijpen wat er kan fossiliseren.