Natuur en techniekOrganismen en levensprocessen

groep 2 t/m 3richtlijn

Woordenschat levende wezens

Benoemen en gebruiken van woorden die aangeven wat iets levend maakt: levend, dood, nooit levend geweest, beweging, voeding, groei, voortplanting, prikkelbaarheid, uitscheiding, en deze termen toepassen bij het indelen van dingen en het uitleggen waarom planten en dieren levende wezens zijn

Je kind beheerst dit als het...

Vraag eens aan je kind

Kan je kind uitleggen waarom een steen niet leeft maar onkruid wel, met een vakterm zoals 'voeding' of 'groei', in plaats van gewoon te zeggen 'het beweegt'?

Daarna verder met