Natuur en techniek › Dinosaurussen en paleontologie
groep 5 t/m 7richtlijnFossielen als bewijs
Analyseert en interpreteert gegevens uit fossielen om bewijs te leveren over organismen en omgevingen die lang geleden bestonden
Je kind beheerst dit als het...
- Legt uit dat fossielen bewaard gebleven resten of sporen zijn van organismen die lang geleden leefden
- Gebruikt fossiel bewijs om iets te zeggen over organismen en omgevingen uit het verleden
- Beschrijft hoe het vergelijken van fossielen met levende organismen ons helpt begrijpen hoe het leven is veranderd
Vraag eens aan je kind
Als je kind op een heuvel een visfossiel in een rots ziet, kan je kind dan uitleggen dat dat gebied miljoenen jaren geleden onder water moet hebben gestaan?
Eerst dit
- Hoe fossielen ontstaan Je kind moet eerst weten hoe fossielen in gesteente ontstaan, voordat het fossielgegevens kan gebruiken als bewijs voor vroeger leven.
- Fossielen vertellen over vroegere landschappen Verdiepende kennis over hoe fossielen iets vertellen over vroegere leefomgevingen helpt je kind bij het analyseren van fossielgegevens.
- Getallen weergeven met voorwerpen (vanaf 8 jaar) Het analyseren van fossielgegevens met staafdiagrammen vereist de rekenvaardigheid om staafdiagrammen met een schaalverdeling te maken.
- Levend, dood en nooit levend geweest Het verschil tussen levend en dood begrijpen helpt je kind om fossielen te leren interpreteren.
- Vakwoorden over evolutie Het interpreteren van fossielgegevens als bewijs van vroegere levensvormen gaat makkelijker als je kind al woorden kent zoals fossielenarchief en uitsterven.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Leven verandert in de loop van de tijd Je kind moet eerst fossielen als bewijsmateriaal leren onderzoeken voordat het de bredere conclusie kan trekken dat het leven op aarde in de loop van de tijd is veranderd.