Je eigen werk controleren
Na het afronden van een taak terugkijken naar wat je gedaan hebt en jezelf afvragen: klopt dit wel?
Je kind beheerst dit als het...
- Leest een gemaakte opdracht uit zichzelf nog een keer na of controleert die, zonder dat het gevraagd wordt
- Herkent en verbetert minstens één fout in eigen werk door het nog eens na te lopen
- Kan beschrijven waar hij of zij op controleerde, bijvoorbeeld: 'ik heb elke regel nog een keer gelezen om te kijken of mijn antwoorden bij de vraag pasten'
Vraag eens aan je kind
Kijkt je kind na het afronden van een opdracht of activiteit die zelf nog eens na om te checken of het klopt, voordat hij of zij zegt dat het klaar is?
Daarna verder met
- Een taak plannen Van tevoren plannen groeit uit de gewoonte om achteraf terug te kijken. Beide horen bij het begin en einde van zelfsturing.
- Feedback op schrijfwerk verwerken Je eigen tekst teruglezen om te checken of die klopt, is bij schrijven de toepassing van de algemene gewoonte om je eigen werk te controleren.
- Leren van fouten Onderzoeken waarom iets fout was, komt voort uit de eerder aangeleerde gewoonte om te checken of een antwoord logisch lijkt.
- Problemen begrijpen Controleren of een rekenuitkomst klopt, is een toepassing van de algemene vaardigheid om je eigen werk te controleren, maar dan specifiek bij rekenen