Formeel en informeel Engels
Herkent en vergelijkt formeel en informeel taalgebruik in het Engels, en begrijpt dat woordkeuze afhangt van wie je aanspreekt, waarom en in welke situatie
Dit onderwerp gaat specifiek over het Engels.
Je kind beheerst dit als het...
- Herkent of een gesproken of geschreven Engels voorbeeld formeel of informeel taalgebruik is (bijvoorbeeld 'Dear Sir' tegenover 'Hey mate')
- Schrijft een informele Engelse zin formeler (bijvoorbeeld 'Can I have some?' wordt 'May I please have some?')
- Legt uit waarom je in de ene situatie formele taal gebruikt en in de andere informele, bijvoorbeeld een brief aan de directeur tegenover een briefje aan een vriend(in)
Vraag eens aan je kind
Begrijpt je kind het verschil tussen hoe je een berichtje aan een vriend(in) schrijft en een formele brief, en kan je kind uitleggen waarom het taalgebruik anders zou zijn?
Eerst dit
- Hardop beschrijven Goed mondeling kunnen uitdrukken helpt je kind te begrijpen wanneer iets formeel of informeel klinkt.
- Nieuwe woorden gebruiken Een uitgebreide woordenschat helpt je kind het verschil te herkennen tussen formeel en informeel taalgebruik.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Dialecten & taalregisters Kennis van formeel en informeel taalgebruik in het Engels vormt de basis voor het herkennen van verschillende varianten van het Engels.
- Formele woordkeuze Formeel taalgebruik bouwt voort op het herkennen van het verschil tussen formeel en informeel taalgebruik.
- Taalgebruik aanpassen aan de situatie Spreektaal aanpassen aan de situatie bouwt voort op het onderscheid tussen formeel en informeel taalgebruik.
- Levendige woordkeuzes Bewust kiezen van woorden voor effect gaat makkelijker als je kind aanvoelt welk taalregister, formeel of informeel, bij de situatie past.
- Vorm en toon afstemmen op je lezer Besef van formeel en informeel taalgebruik helpt om de toon af te stemmen op doelgroep en doel.