Taalgebruik aanpassen aan de situatie
Past het taalgebruik aan aan verschillende situaties en taken, gebruikt formeel Engels wanneer dat bij de taak en de situatie past, en stemt toon, woordkeuze en stijl af op verschillende luisteraars
Dit onderwerp gaat specifiek over het Engels.
Je kind beheerst dit als het...
- Presenteert dezelfde informatie formeel aan een jury of panel en informeel aan leeftijdsgenoten
- Past woordkeuze en zinsbouw aan wanneer hij of zij tegen verschillende soorten luisteraars spreekt
- Herkent in welke situaties formeel Engels nodig is en in welke informeel taalgebruik gepast is
Vraag eens aan je kind
Praat je kind vanzelf anders afhankelijk van met wie hij of zij praat, bijvoorbeeld formeler tegen een leerkracht dan tegen een vriendje op het schoolplein?
Eerst dit
- Formeel en informeel Engels Spreektaal aanpassen aan de situatie bouwt voort op het onderscheid tussen formeel en informeel taalgebruik.
- Formele woordkeuze Spreektaal aanpassen aan de situatie bouwt voort op kennis van formele woordenschat.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.