Engels › Engelse grammatica en interpunctie
groep 3 t/m 5richtlijnBijzinnen
Gebruik onderschikking (wanneer, als, dat, omdat) en nevenschikking (of, en, maar) om zinnen te verbinden en samengestelde en complexe zinnen te maken
Je kind beheerst dit als het...
- Schrijft een zin met een onderschikkend voegwoord, zoals 'Ik bleef binnen omdat het regende'
- Gebruikt 'maar' en 'of' om ideeën te verbinden: 'Ik wilde spelen, maar het regende'
- Gebruikt bijzinnen met 'als' en 'wanneer' in het schrijven: 'Als het stopt met regenen, kunnen we naar buiten'
Vraag eens aan je kind
Kan je kind in een verhaal of berichtje twee ideeën verbinden met woorden als "omdat", "maar", "wanneer" of "als", in plaats van elke gedachte in een los, kort zinnetje te schrijven?
Eerst dit
- Zinnen bouwen Je kind moet eerst begrijpen wat een zin is, voordat het zinsdelen kan combineren.
- Zinnen verbinden met 'and' Je kind moet zinnen eerst kunnen verbinden met het woord 'and', voordat het onderschikking en andere nevenschikkende voegwoorden leert.
- Luisteren en reageren Goed kunnen luisteren helpt je kind om ingewikkelde zinsconstructies te begrijpen.
- Vier soorten zinnen Weten welke soorten zinnen er zijn, helpt je kind bij het maken van complexe zinnen.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Betrekkelijke bijzinnen Bijvoeglijke bijzinnen bouwen voort op onderschikkende zinnen; je kind moet eerst begrijpen hoe bijzinnen werken voordat het bijvoeglijke bijzinnen kan gebruiken.
- Correlatieve voegwoorden Correlatieve voegwoorden bouwen voort op het begrijpen van nevenschikking
- De aanvoegende wijs in het Engels Om de aanvoegende wijs in het Engels te snappen, moet je kind eerst bijzinnen en zinsbouw begrijpen.
- Komma's voor voegwoorden Je kind moet begrijpen hoe nevenschikkende voegwoorden zinsdelen verbinden voordat het de interpunctieregel voor samengestelde zinnen leert
- Leestekens tussen zinnen Het gebruik van de puntkomma tussen zinsdelen vereist dat je kind zelfstandige zinsdelen al herkent.
- Onvolledige en aaneengeregen zinnen verbeteren Om onvolledige zinnen en aaneengeregen zinnen te herkennen, moet je kind weten hoe hoofdzinnen en bijzinnen samenkomen. Kennis van nevenschikking en onderschikking is daarbij onmisbaar.
- Tijd, plaats en oorzaak uitdrukken Voegwoorden voor tijd en oorzaak bouwen voort op wat je kind al eerder heeft geleerd over het combineren van zinnen met voegwoorden.
- Voegwoorden, voorzetsels en tussenwerpsels De functie van voegwoorden bouwt voort op onderschikking en nevenschikking.
- Zinsbouw variëren Het schrijven van goede zinnen bouwt voort op kennis van bijzinnen.
- Grammaticale termen: bijzinnen en voegwoorden Begrip van onderschikking is nodig om de Engelse termen 'clause' en 'subordinate clause' te snappen