Engels › Engelse grammatica en interpunctie
groep 3richtlijnVier soorten zinnen
Begrijpt en gebruikt de vier soorten zinnen: mededelende zin, vraag, uitroep en bevel, en herkent aan de zinsbouw wat voor soort zin het is.
Je kind beheerst dit als het...
- Kan uit een rijtje zinnen een mededelende zin, vraag, uitroep en bevel herkennen of zelf opschrijven
- Weet welk leesteken aan het einde bij elke zinssoort hoort
- Kan een mededelende zin op verzoek omzetten in een vraag of bevel
Vraag eens aan je kind
Kan je kind het verschil zien tussen een vraag ("Heb je honger?") en een bevel ("Eet je bord leeg!"), en kan je kind elk soort zin met het juiste leesteken aan het einde opschrijven?
Eerst dit
- Zinnen beginnen en afsluiten Je kind moet eerst de basisleestekens van een zin kennen voordat het die per zinstype kan variëren.
- Zinnen bouwen Je kind moet eerst weten wat een zin is voordat het verschillende zinstypes leert.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Komma's bij yes en no, en bij namen Tag questions (bijvoorbeeld: 'You're coming, aren't you?') zijn een zinstype waarvoor je kind eerst de vier soorten zinsfuncties moet begrijpen.
- Aanhalingstekens bij directe rede Inzicht in zinssoorten helpt je kind bij het schrijven van dialogen.
- Bijzinnen Weten welke soorten zinnen er zijn, helpt je kind bij het maken van complexe zinnen.
- Grammatica: zelfstandige naamwoorden, werkwoorden en tijd Je kind moet eerst weten welke soorten zinnen er zijn om termen als mededeling, vraag, uitroep en bevel te kunnen gebruiken