Engels › Engelse grammatica en interpunctie
groep 6richtlijnBetrekkelijke bijzinnen
Betrekkelijke bijzinnen vormen en gebruiken die beginnen met de betrekkelijke voornaamwoorden who, whose, whom, which en that, of de betrekkelijke bijwoorden where, when en why, om iets toe te voegen, een zelfstandig naamwoord te verduidelijken en langere zinnen te maken
Je kind beheerst dit als het...
- Combineert een hoofdzin met een bijzin die begint met 'who' of 'which' om iets te vertellen over een zelfstandig naamwoord, bijvoorbeeld: 'The dog, which had a red collar, barked loudly'
- Kiest het juiste betrekkelijk voornaamwoord ('who' voor personen, 'which' voor dingen, 'where' voor plaatsen, 'when' voor tijden) en herkent op welk zelfstandig naamwoord het terugslaat
- Herkent dat een bijzin die begint met 'that' vaak 'who' of 'which' kan vervangen in bepalende bijzinnen, bijvoorbeeld: 'The book that I read' tegenover 'The book which I read'
Vraag eens aan je kind
Bouwt je kind dat in dezelfde zin in met een betrekkelijke bijzin, bijvoorbeeld door te schrijven over een vriend 'who loves football' of een plek 'where we always go on holiday', wanneer hij of zij iets wil vertellen over een zelfstandig naamwoord?
Eerst dit
- Bijzinnen Bijvoeglijke bijzinnen bouwen voort op onderschikkende zinnen; je kind moet eerst begrijpen hoe bijzinnen werken voordat het bijvoeglijke bijzinnen kan gebruiken.
- Voornaamwoorden voor duidelijkheid De Engelse betrekkelijke voornaamwoorden 'who', 'which' en 'that' overlappen met kennis over voornaamwoorden in het algemeen; begrip van waarnaar een voornaamwoord verwijst helpt bij het herkennen daarvan in bijzinnen.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Soorten zinnen Het maken van samengestelde zinnen bouwt voort op de bijzinnen (onderschikkende en betrekkelijke bijzinnen) die in KS2 zijn geleerd.
- Zinsdelen en zinnen Het ontleden van zinsdelen en bijzinnen bouwt voort op de betrekkelijke bijzinnen met betrekkelijke voornaamwoorden en bijwoorden die je kind al in de bovenbouw van de basisschool heeft geleerd.
- Zinsbouw variëren Bij het schrijven van zinnen gebruikt je kind betrekkelijke bijzinnen.