Engels › Engelse grammatica en interpunctie
groep 8 en verderrichtlijnZinsdelen en zinnen
Begrijp en analyseer de functie van Engelse zinsdelen (zelfstandig naamwoord, werkwoord, bijvoeglijk, bijwoordelijk, voorzetsel) en zinnen (hoofdzin, bijzin, betrekkelijke bijzin) in het algemeen en in specifieke zinnen, inclusief het herkennen en corrigeren van verkeerd geplaatste en loshangende bepalingen
Je kind beheerst dit als het...
- Herkent een voorzetselgroep die functioneert als bijwoordelijke bepaling en legt de rol ervan in de zin uit
- Maakt onderscheid tussen een hoofdzin en een bijzin en legt uit hoe ze zich tot elkaar verhouden
- Herkent een loshangende bepaling in een zin en herschrijft deze om de dubbelzinnigheid weg te nemen
Vraag eens aan je kind
Als je kind een Engelse zin leest zoals "Walking home from school, the rain soaked her backpack" en merkt dat er grammaticaal iets niet klopt, kan je kind dan de loshangende bepaling aanwijzen en uitleggen hoe de zin correct herschreven moet worden?
Eerst dit
- Betrekkelijke bijzinnen Het ontleden van zinsdelen en bijzinnen bouwt voort op de betrekkelijke bijzinnen met betrekkelijke voornaamwoorden en bijwoorden die je kind al in de bovenbouw van de basisschool heeft geleerd.
- Uitgebreide naamwoordgroepen (vanaf 8 jaar) Inzicht in zelfstandig-naamwoordgroepen bouwt voort op het uitbreiden van zulke groepen dat je kind al in de bovenbouw van de basisschool heeft geleerd.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Literaire en taalkundige terminologie Om grammaticale termen precies te kunnen gebruiken, moet je kind eerst de onderliggende taalkundige begrippen begrijpen.
- Soorten zinnen Om verschillende zinstypes te kunnen kiezen, moet je kind eerst snappen hoe zinsdelen en bijzinnen werken.