Engels › Engelse grammatica en interpunctie
groep 4 t/m 5richtlijnVoornaamwoorden voor duidelijkheid
Voornaamwoorden kiezen die de tekst duidelijk en vlot houden, zonder verwarring of herhaling; wederkerende voornaamwoorden zoals mezelf, onszelf en zichzelf op de juiste manier gebruiken
Je kind beheerst dit als het...
- Herhaalde zelfstandige naamwoorden vervangen door voornaamwoorden, zodat de tekst beter loopt: bijvoorbeeld 'Sam pakte Sams tas' herschrijven tot 'Sam pakte zijn tas'
- Wederkerende voornaamwoorden correct gebruiken in zinnen (bijvoorbeeld: 'Ik heb het zelf gemaakt', 'Ze hebben zichzelf geholpen')
- Onduidelijke voornaamwoordverwijzingen herkennen en verbeteren, bijvoorbeeld 'Tom zei tegen Jack dat hij te laat was': wie was er nu te laat?
Vraag eens aan je kind
Gebruikt je kind in een tekst over twee personen (bijvoorbeeld twee personages uit een verhaal) woorden als "hij", "zij" en "ze" duidelijk genoeg, zodat je altijd weet over wie het gaat?
Eerst dit
- Voornaamwoorden Voornaamwoorden gebruiken voor samenhang in de tekst, en wederkerende voornaamwoorden, bouwen voort op het gewone gebruik van voornaamwoorden
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Overeenstemming in zinnen Om voornaamwoorden goed te laten overeenkomen met het woord waarnaar ze verwijzen, moet je kind eerst voornaamwoorden consistent kunnen gebruiken.
- Betrekkelijke bijzinnen De Engelse betrekkelijke voornaamwoorden 'who', 'which' en 'that' overlappen met kennis over voornaamwoorden in het algemeen; begrip van waarnaar een voornaamwoord verwijst helpt bij het herkennen daarvan in bijzinnen.
- Samenhang binnen alinea's Duidelijk voornaamwoordgebruik is een belangrijk middel om een tekst samenhangend te maken. Wat je kind eerder heeft geleerd over het kiezen van heldere voornaamwoorden, sluit direct aan bij samenhang op alineaniveau