Engels › Engelse grammatica en interpunctie
groep 8 en verderrichtlijnLiteraire en taalkundige terminologie
Praat over lezen, schrijven en taal met precieze en zelfverzekerde vaktermen uit taalkunde en literatuur, zoals termen voor woordsoorten, zinstypes, soorten bijzinnen, stijlfiguren en kenmerken op tekstniveau.
Je kind beheerst dit als het...
- Gebruikt termen als 'bijzin', 'betrekkelijk voornaamwoord', 'metafoor' en 'alliteratie' correct in een gesprek
- Legt met de juiste vaktermen uit wat het verschil is tussen een vergelijking en een metafoor
- Gebruikt met vertrouwen vaktaal (bijvoorbeeld: 'de schrijver gebruikt enjambement om...') bij het schrijven over teksten
Vraag eens aan je kind
Gebruikt je kind precieze taal als hij of zij met een leraar praat over een boek of tekst, bijvoorbeeld "de schrijver gebruikt hier een samengestelde zin met een bijzin" of "dat is een uitbreidende bijzin", in plaats van gewoon te zeggen "dit stukje is goed"?
Eerst dit
- Grammaticale termen: vorm en interpunctie De grammaticale termen die je kind in het voortgezet onderwijs leert, bouwen voort op de termen uit groep 8 van de basisschool.
- Zinsdelen en zinnen Om grammaticale termen precies te kunnen gebruiken, moet je kind eerst de onderliggende taalkundige begrippen begrijpen.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Schrijven plannen, herzien en bewerken Het plannen, herzien en redigeren van teksten vereist kennis van literaire en taalkundige begrippen.