Sociaal-emotionele ontwikkeling › Vriendschap en samenwerken
groep 2 t/m 4richtlijnWoordenschat: samenwerken
Woorden kennen en gebruiken die te maken hebben met samenwerken, zoals samenwerken, delen, om de beurt gaan, team, luisteren, het eens zijn, respectvol oneens zijn en erbij betrekken, en begrijpen dat deze woorden gewoontes beschrijven waar vriendschap en groepswerk op steunen
Je kind beheerst dit als het...
- Gebruikt de woorden 'samenwerken' en 'compromis' correct, bijvoorbeeld: 'We werkten samen door om de beurt het spel te kiezen'
- Legt uit wat 'actief luisteren' betekent en laat dit zien: de spreker aankijken, niet onderbreken, reageren op wat er is gezegd
- Gebruikt de woorden 'delen', 'om de beurt gaan' en 'erbij betrekken' om te beschrijven hoe hij of zij samenwerkt met anderen tijdens een groepsactiviteit
Vraag eens aan je kind
Gebruikt je kind woorden als 'samenwerken' of 'om de beurt gaan' om te beschrijven wat hij of zij doet als hij of zij iets samen doet met een vriend(in) of broer of zus, en brengt hij of zij dit ook echt in de praktijk?
Daarna verder met
- Luisteren naar anderen Om actief te leren luisteren, moet je kind eerst de woorden kennen die horen bij luisteren en bij het respectvol aangeven van het eens of oneens zijn.
- Om de beurt gaan en delen Om beurten te nemen en samen te delen, heeft je kind woorden nodig als 'cooperate', 'take turns' en 'include'.
- Om hulp vragen Hulp vragen en samenwerken met anderen vraagt om woorden als 'team' en 'samenwerking'.
- Wat maakt iemand een goede vriend Begrijpen wat een goede vriend maakt, bouwt voort op woorden over samenwerken en erbij horen.