Natuur en techniekEcosystemen en leefgebieden

groep 3 t/m 4richtlijn

Woordenschat over leefgebieden

Noemt en gebruikt vaktermen voor waar levende wezens voorkomen, zoals leefgebied, omgeving, micro-leefgebied, omstandigheden, bos, oceaan, woestijn, regenwoud en vijver, en gebruikt termen om te beschrijven wat dieren nodig hebben om te overleven: voedsel, water, beschutting, ruimte en geschikte omstandigheden

Je kind beheerst dit als het...

Vraag eens aan je kind

Kan je kind uitleggen waarom een ijsbeer niet zou overleven in een regenwoud, met gebruik van het woord 'leefgebied' of 'omstandigheden' in plaats van alleen 'het is te warm'?

Daarna verder met