Sociaal-emotionele ontwikkeling › Verantwoorde keuzes maken
groep 2 t/m 4richtlijnWoordenschat: keuzes maken en veiligheid
De woordenschat kennen en gebruiken rond keuzes maken en veilig blijven: keuze, gevolg, regel, veilig, eerlijk, vertrouwenspersoon, en goed en fout, en begrijpen dat het helder benoemen van deze begrippen helpt om betere keuzes te maken
Je kind beheerst dit als het...
- Je kind kan uitleggen wat 'gevolg' betekent en een voorbeeld geven van een positief en een negatief gevolg van een keuze
- Je kind gebruikt de woorden 'verantwoordelijk' en 'veilig' correct bij het praten over alledaagse beslissingen, bijvoorbeeld: 'De verantwoordelijke keuze is om het aan een volwassene te vertellen'
- Je kind kan de begrippen 'regel' en 'eerlijkheid' omschrijven en met eigen voorbeelden van school of thuis uitleggen waarom regels bestaan
Vraag eens aan je kind
Kan je kind, wanneer hij of zij een keuze moet maken, zoals wel of niet de waarheid vertellen over iets dat misging, hierover praten met woorden als 'gevolg' en 'eerlijk'?
Daarna verder met
- Acties en hun gevolgen Begrijpen dat acties gevolgen hebben, vraagt dat je kind 'gevolg' als begrip kent en kan benoemen.
- Goede en foute keuzes Onderscheid maken tussen goed en fout vereist woorden zoals 'eerlijk', 'rechtvaardig', 'vertrouwen' en 'goed en fout'
- Waarom regels en afspraken bestaan Om te begrijpen waarom regels bestaan, heeft je kind de woorden 'regel', 'veilig' en 'eerlijk' nodig.
- Veiligheidsbewustzijn in het dagelijks leven Veiligheidsbesef bouwt voort op de woorden 'veilig', 'vertrouwde volwassene' en 'keuze'.