Woorden voor het schrijfproces
De woorden kennen en gebruiken die bij het schrijfproces horen, zoals opstellen, plannen, een eerste versie maken, herzien, redigeren, nakijken, genre, publiek, doel, verhaal, verslag, instructie, alinea, volgorde en detail, en begrijpen dat deze woorden verschillende stappen en keuzes beschrijven die elke schrijver maakt, niet zomaar een lijstje om af te vinken
Je kind beheerst dit als het...
- 'Opstellen', 'herzien' en 'redigeren' correct gebruiken bij het beschrijven van de fases van het schrijven
- Uitleggen wie het 'publiek' is voor een tekst en hoe dat beïnvloedt wat er geschreven wordt
- Het doel van een tekst beschrijven (overtuigen, informeren, vermaken of instrueren) en de taal daarop afstemmen
Vraag eens aan je kind
Als je je kind zou vragen uit te leggen wat er gebeurt bij het schrijven van een verhaal op school, kan je kind dan elke stap toelichten met woorden als 'plannen', 'een eerste versie maken' en 'herzien', en zo laten zien dat het een proces is en niet iets wat in één keer af is?
Daarna verder met
- Herzien en nakijken Voor proeflezen en herzien moet je kind de stappen 'klad schrijven', 'bewerken', 'herzien' en 'proeflezen' als losse onderdelen van het schrijfproces kennen
- Ideeën plannen voor het schrijven Om te kunnen plannen voordat het gaat schrijven, moet je kind woorden als 'plan', 'kladversie', 'opstellen', 'volgorde' en 'kernwoorden' kennen en gebruiken
- Informatieve teksten schrijven Informatieve teksten schrijven vereist dat je kind de begrippen 'genre', 'publiek', 'doel' en 'detail' kent.
- Korte verhalen met begin en einde Om eenvoudige verhalen te schrijven, heeft je kind gedeelde begrippen nodig zoals 'verhaal', 'volgorde', 'begin', 'midden' en 'einde'.
- Meningen opschrijven Om een mening te kunnen opschrijven, moet je kind weten wat een 'mening' als tekstvorm is en begrijpen voor wie en met welk doel het schrijft.
- Schrijfvolhouden opbouwen Schrijven voor verschillende doelen vereist dat je kind begrippen kent zoals doel, genre, verslag en instructie.
- Tekst indelen in alinea's Het indelen in alinea's vereist dat je kind de begrippen 'alinea', 'kopje', 'thema' en 'opbouw' kent.
- Zinnen eerst hardop zeggen Mondeling een verhaal opbouwen vereist woorden als 'opbouwen', 'zin' en 'volgorde' om echt mee te kunnen doen met de oefening
- Feedback op schrijfwerk verwerken Teruglezen en reageren op feedback werkt beter als je kind woorden als 'herzien', 'bewerken' en 'betekenis' kent.
- Gedeelde onderzoeksprojecten Bij samen onderzoeken en schrijven gebruikt je kind de begrippen 'genre', 'doel', 'publiek', 'plan' en 'klad'.
- Gedichten schrijven Gedichten schrijven bouwt voort op de woorden 'componeren', 'patroon' en 'genre'.
- Zinnen hardop oefenen en variëren Het mondeling oefenen van zinnen bouwt voort op begrippen als 'zin opbouwen', 'zin' en 'woordenschat'