Rekenen › Vermenigvuldigen en delen
groep 7richtlijnVermenigvuldigen onder elkaar (vanaf 10 jaar)
Vermenigvuldigt vlot grote getallen (tot 4 cijfers keer 2 cijfers) met de schriftelijke methode van vermenigvuldigen onder elkaar
Je kind beheerst dit als het...
- Berekent 2.463 × 37 correct door onder elkaar te vermenigvuldigen
- Legt bij het vermenigvuldigen onder elkaar uit wat elke tussenstap betekent en waarom deze bij elkaar worden opgeteld
- Vermenigvuldigt een getal van vier cijfers met een getal van twee cijfers zonder fouten in de aanpak
Vraag eens aan je kind
Kan je kind met vermenigvuldigen onder elkaar iets als '2.347 × 24' uitrekenen, door het op te schrijven in twee regels, één voor de eenheden en één voor de tientallen, en de uitkomsten daarna bij elkaar op te tellen?
Eerst dit
- Cijferend vermenigvuldigen Cijferend vermenigvuldigen van een getal van 4 cijfers met een getal van 2 cijfers bouwt voort op wat je kind al kon: een getal van 4 cijfers keer een getal van 1 cijfer, en een getal van 2 cijfers keer een getal van 2 cijfers.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Decimale plaatswaarde Decimale getallen vermenigvuldigen met hele getallen bouwt voort op het vermenigvuldigen van hele getallen.
- Antwoorden schatten (vanaf 10 jaar) Het berekenen van l×b×h vereist vermenigvuldigen met meercijferige getallen
- Delen met rest (vanaf 10 jaar) Om een deelsom te controleren met vermenigvuldigen, moet je kind vlot kunnen vermenigvuldigen.
- Haakjes in berekeningen Het uitwerken van rekenkundige uitdrukkingen vereist dat je kind vlot kan vermenigvuldigen.
- Systematisch combinaties maken Systematisch tellen van mogelijkheden sluit aan bij vermenigvuldigend denken, zoals het berekenen van het aantal combinaties.
- Verhoudingen (vanaf 10 jaar) Hoofdrekenstrategieën bouwen voort op het begrijpen van de formele vermenigvuldigmethode.