Rekenen › Optellen en aftrekken
groep 2richtlijnRekentekens +, − en = lezen
De tekens +, − en = lezen, schrijven en begrijpen in rekensommen
Je kind beheerst dit als het...
- Leest 3 + 2 = 5 hardop voor als 'drie plus twee is vijf'
- Schrijft een rekensom op die past bij een concrete optelsituatie
- Begrijpt het is-teken als 'is hetzelfde als' en niet alleen als 'hier komt het antwoord'
Vraag eens aan je kind
Als je '4 + 3 = 7' op papier schrijft, kan je kind dan vertellen wat het plusteken, het minteken en het is-teken elk betekenen?
Eerst dit
- Aftrekken als weghalen Om het minteken te kunnen lezen en schrijven, moet je kind eerst begrijpen wat aftrekken betekent.
- Getallen tot 20 lezen en schrijven Om rekenzinnen te kunnen opschrijven, moet je kind eerst cijfers kunnen lezen en schrijven.
- Optellen als samenvoegen Om het plusteken te kunnen lezen en schrijven, moet je kind eerst begrijpen wat optellen betekent.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Wat het gelijkteken betekent Om het isgelijkteken (=) goed te begrijpen, moet je kind al rekenzinnen kunnen lezen en schrijven.
- Breuken begrijpen Om rekenzinnen met breuken te schrijven (bijvoorbeeld 1/2 van 6 = 3) moet je kind eerst het is-gelijk-teken begrijpen.
- De tekens ×, ÷ en = lezen Het lezen van de tekens × en ÷ lijkt op het lezen van de tekens + en −.
- Rekenvoorstellingen met elkaar verbinden Om voorstellingen te koppelen aan rekenzinnen moet je kind vlot zijn met de tekens plus, min en is gelijk aan