Rekenen met voorwerpen en tekeningen
Voorwerpen, tekeningen of eenvoudige rekenzinnen gebruiken om een alledaagse situatie voor te stellen (een eerste vorm van rekenkundig modelleren)
Je kind beheerst dit als het...
- Maakt een tekening of gebruikt voorwerpen om een eenvoudige alledaagse situatie met tellen of vergelijken voor te stellen
- Schrijft of dicteert een rekenzin die een alledaagse situatie beschrijft (bijvoorbeeld 'ik had 5 appels en heb er 2 opgegeten')
- Gebruikt de voorstelling om een vraag over de situatie te beantwoorden
Vraag eens aan je kind
Als je je kind een eenvoudige alledaagse situatie beschrijft, zoals "er zitten 3 vogels op een hek en er komen er nog 2 bij", kan je kind dan een rekenzin opschrijven zoals 3 + 2 = 5 om dit voor te stellen?
Eerst dit
- Sorteren in categorieën Voorwerpen indelen in categorieën en tellen is een vroege vorm van wiskundig denken.
- Verhaaltjessommen: optellen en aftrekken Rekenverhaaltjes oplossen met tekeningen oefent datzelfde vroege wiskundige denken.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Rekenen verbinden met het dagelijks leven Modelleren met staafdiagrammen op 6-7-jarige leeftijd bouwt voort op modelleren met voorwerpen en plaatjes op 5-6-jarige leeftijd.