Rekenen met alledaagse situaties
Een alledaagse situatie omzetten in een rekenvoorstelling, met voorwerpen, tekeningen, schema's, tabellen, rekenzinnen of strookdiagrammen, en omgekeerd
Je kind beheerst dit als het...
- Bij een verhaaltje over het samenvoegen van groepjes, laat je kind dit naspelen met fiches of blokjes en het totaal uitrekenen
- Bij een groepje voorwerpen bedenkt je kind een bijpassend verhaaltje over optellen of aftrekken
- Je kind legt het verband tussen een handeling (samenvoegen, weghalen) en de bijbehorende rekenbewerking
Vraag eens aan je kind
Kan je kind bij een rekenprobleem uit het dagelijks leven, zoals 8 snoepjes verdelen over 2 personen, eerst voorwerpen gebruiken of een tekening maken om te laten zien wat er gebeurt, voordat er cijfers worden opgeschreven?
Eerst dit
- Optellen en aftrekken voorstellen Optellen en aftrekken voorstellen met voorwerpen en tekeningen vormt de kern van het vroege rekenen met hoeveelheden.
- Verhaaltjessommen: optellen en aftrekken Om redactiesommen tot 10 met voorwerpen op te lossen, moet je kind een situatie kunnen vertalen naar een voorstelling en andersom.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Rekenvoorstellingen met elkaar verbinden Wat je kind rond 6 tot 7 jaar leert over rekenkundig redeneren, bouwt voort op de vaardigheid van 5 tot 6 jaar om van concreet materiaal naar een voorstelling te gaan