Rekenen › Optellen en aftrekken
groep 8 en verderrichtlijnPositieve en negatieve getallen
Begrijpt positieve en negatieve getallen als een manier om hoeveelheden met tegengestelde richtingen of waarden te beschrijven; past ze toe in situaties zoals temperatuur, verdiepingen in een gebouw en banksaldo's
Je kind beheerst dit als het...
- Zet positieve en negatieve getallen op een getallenlijn en legt uit wat nul in die context betekent
- Telt een positief of negatief getal op bij een willekeurig geheel getal, redenerend vanuit de getallenlijn
- Trekt een positief of negatief getal af van een willekeurig geheel getal, en begrijpt dat het aftrekken van een negatief getal hetzelfde is als optellen
Vraag eens aan je kind
Als je kind temperaturen ziet zoals −3°C en +5°C in een weerbericht, kan hij of zij dan uitrekenen hoeveel warmer de ene dag is dan de andere, ook als het antwoord over nul heen gaat?
Eerst dit
- Temperatuur meten Rekenen met negatieve getallen bouwt voort op het eerder gebruiken van negatieve getallen in een praktische situatie
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Breuken op de getallenlijn (11+ jaar) Alle soorten getallen (hele getallen, kommagetallen, breuken) op een getallenlijn ordenen bouwt voort op het werken met negatieve getallen op de getallenlijn.
- Getallen op de getallenlijn Absolute waarde snappen vereist dat je kind negatieve getallen op de getallenlijn begrijpt.
- Tekenregels bij vermenigvuldigen Vermenigvuldigen en delen met negatieve getallen vereist dat je kind eerst optellen en aftrekken met negatieve getallen beheerst.