Rekenen › Getalbegrip en plaatswaarde
groep 8richtlijnBreuken op de getallenlijn (11+ jaar)
Positieve en negatieve gehele getallen, decimale getallen en breuken ordenen op een getallenlijn; de symbolen =, ≠, <, >, ≤, ≥ gebruiken om waarden te vergelijken, inclusief negatieve getallen en gemengde representaties
Je kind beheerst dit als het...
- Een gemengde reeks positieve en negatieve gehele getallen, decimale getallen en breuken ordenen
- De symbolen =, ≠, <, >, ≤, ≥ correct gebruiken in wiskundige uitspraken
- Getallen vergelijken die in verschillende vormen zijn weergegeven, zoals 0,75 en 3/4
Vraag eens aan je kind
Kan je kind, bij een gemengde lijst zoals 2,5, −3, ¾, 0 en −0,5, deze van klein naar groot ordenen, eventueel met behulp van een getallenlijn?
Eerst dit
- Breuken op de getallenlijn Alle soorten getallen ordenen vraagt dat je kind de plaatswaarde in het hele getalsysteem begrijpt.
- Positieve en negatieve getallen Alle soorten getallen (hele getallen, kommagetallen, breuken) op een getallenlijn ordenen bouwt voort op het werken met negatieve getallen op de getallenlijn.
- Temperatuur meten Ordenen met de tekens < en > bouwt voort op wat je kind in leerjaar 6 al deed met negatieve getallen in de praktijk.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Coördinaten (vanaf 11 jaar) Coördinaten in alle vier de kwadranten uitzetten vraagt om inzicht in positieve en negatieve waarden op beide assen
- Getallen op de getallenlijn Om oplossingen van ongelijkheden op een getallenlijn te kunnen weergeven, moet je kind hele getallen, kommagetallen en breuken samen kunnen ordenen