Plaatsbepaling
De positie van voorwerpen beschrijven met woorden als boven, onder, naast, voor en achter
Je kind beheerst dit als het...
- Beschrijft dat een speelgoedje 'op' de tafel ligt
- Volgt instructies zoals 'zet het blokje achter de doos'
- Gebruikt 'links' en 'rechts' in eenvoudige situaties
Vraag eens aan je kind
Kan je kind de weg wijzen naar iets in huis met woorden als 'boven', 'onder', 'naast', 'voor' of 'achter'?
Daarna verder met
- Draaien en richtingen Het beschrijven van bewegingen en draaiingen bouwt voort op het kennen van woorden voor plaats en richting.
- Positie, richting en beweging Woorden voor positie en richting met rechte hoeken bouwen voort op de basiswoorden voor positie.
- Evenwijdige en loodrechte lijnen Horizontaal en verticaal bouwt voort op woorden voor plaats en richting.
- Vroege rekentaal Posities beschrijven oefent het nauwkeurig gebruiken van positiewoorden.