Positie, richting en beweging
Wiskundige woorden gebruiken om positie, richting en beweging te beschrijven, waaronder rechte lijnen en het benoemen van een draai in rechte hoeken (kwartslag, halve slag, driekwartslag, met en tegen de klok in)
Je kind beheerst dit als het...
- Gebruikt woorden zoals met de klok mee, tegen de klok in, kwartslag, halve slag, driekwartslag
- Beschrijft een rechte hoek als een kwartslag
- Geeft en volgt aanwijzingen met rechtdoor lopen en draaien
Vraag eens aan je kind
Kan je kind aanwijzingen volgen zoals "draai een kwartslag met de klok mee" of "loop drie vakjes naar rechts" op een rooster of in een eenvoudig navigatiespelletje?
Eerst dit
- Draaien en richtingen Draaien met rechte hoeken (met de klok mee of tegen de klok in) bouwt rechtstreeks voort op de hele, halve en kwartslagen uit jaar 1.
- Plaatsbepaling Woorden voor positie en richting met rechte hoeken bouwen voort op de basiswoorden voor positie.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Hoeken begrijpen Hoeken herkennen als draaiingen bouwt voort op wat je kind eerder heeft geleerd over kwart-, halve en driekwartslagen.
- Rechte hoeken en slagen Rechte hoeken als kwartslagen bouwt voort op de draai-begrippen die je kind in Y2 heeft geleerd.
- Coördinaten in het eerste kwadrant Woorden voor positie en richting helpen je kind om een coördinatenstelsel te begrijpen.