Natuur en techniek › Vulkanen en aardbevingen
groep 8richtlijnHoe tektonische platen bewegen
Begrijpen dat convectiestromen in de gesmolten aardmantel de beweging van de starre tektonische platen aandrijven; het verschil kennen tussen convergente (botsing/subductie), divergente (spreidingsruggen) en transforme (schurende) plaatgrenzen; kunnen uitleggen waarom vulkanen, aardbevingen en gebergten zich bij deze grenzen concentreren; kennismaken met de Wilson-cyclus van het ontstaan en uiteenvallen van supercontinenten
Je kind beheerst dit als het...
Vraag eens aan je kind
Als je kind naar een wereldkaart kijkt met daarop waar vulkanen en aardbevingen voorkomen, kan je kind dan uitleggen waarom deze verschijnselen specifieke, ringvormige patronen volgen in plaats van willekeurig over de wereld verspreid te zijn?
Eerst dit
- Beroemde uitbarstingen en Pangea Verdiepende kennis van platentektoniek bouwt voort op bekende vulkaanuitbarstingen en het verhaal van Pangea.
- Seismische golven & het binnenste van de aarde Kennis van platentektoniek is nodig om te begrijpen waarom aardbevingsgolven iets vertellen over de opbouw van de aarde bij plaatgrenzen.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- De gesteentecyclus De gesteentecyclus (stollingsgesteente, sedimentgesteente en metamorf gesteente) uit KS3 geeft de materiaalkundige achtergrond voor processen bij plaatgrenzen.