Rekenen › Optellen en aftrekken
groep 3richtlijnHet ontbrekende getal bij een optelling vinden
Begrijpen dat aftrekken hetzelfde is als het zoeken naar een ontbrekend getal bij een optelling (bijvoorbeeld: 10 − 8 = ? is hetzelfde als 8 + ? = 10)
Je kind beheerst dit als het...
- Lost 10 − 8 op door te denken: 'wat moet ik bij 8 optellen om op 10 te komen?'
- Legt uit dat je aftrekken kunt zien als het zoeken naar een ontbrekend getal
- Gebruikt bekende optelsommen om bijbehorende aftreksommen op te lossen
Vraag eens aan je kind
Ziet je kind dat '10 − 8 = ?' hetzelfde is als de vraag 'wat moet ik bij 8 optellen om op 10 te komen?', zodat hij of zij zijn of haar optelkennis kan gebruiken bij het aftrekken?
Eerst dit
- Aftrekken als weghalen Door aftrekken te zien als het zoeken naar de ontbrekende term bij een optelling, begrijpt je kind aftrekken conceptueel beter.
- Optellen als samenvoegen Rekenen met een onbekende term vereist begrip van zowel optellen als aftrekken.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Optellen en aftrekken heffen elkaar op Het begrip van optellen en aftrekken als omgekeerde bewerkingen bouwt voort op het zien van aftrekken als het zoeken van het ontbrekende getal in een optelsom.