Natuur en techniek › Organismen en levensprocessen
groep 7richtlijnVakwoorden over evolutie
Vaktermen over evolutie en natuurlijke selectie gebruiken (aanpassing, evolutie, natuurlijke selectie, uitgestorven, uitsterving, fossielenbestand, soort, gemeenschappelijke voorouder, mutatie, variatie) en het mechanisme van natuurlijke selectie met deze termen in de juiste volgorde uitleggen
Je kind beheerst dit als het...
- Gebruikt het woord 'aanpassing' op de juiste manier om een kenmerk te beschrijven waarmee een organisme beter overleeft in zijn omgeving
- Legt natuurlijke selectie uit met de woorden 'variatie', 'selectiedruk' en 'voortplanting' in de juiste volgorde
- Gebruikt de woorden 'uitgestorven' en 'uitsterving' op de juiste manier en maakt onderscheid met 'bedreigd'
Vraag eens aan je kind
Kan je kind in eigen woorden uitleggen waarom giraffen een lange nek hebben, met woorden als 'aanpassing' of 'natuurlijke selectie', in plaats van alleen 'zodat ze bij de blaadjes kunnen'?
Daarna verder met
- Hoe dieren zich aanpassen aan hun omgeving Begrijpen dat aanpassing tot evolutie kan leiden, vereist dat je kind de begrippen 'aanpassing' en 'evolutie' allebei kent.
- Leven verandert in de loop van de tijd Om te herkennen dat levende wezens in de loop van de tijd zijn veranderd en dat fossielen daar bewijs voor zijn, moet je kind eerst de bijbehorende woorden over evolutie en fossielen kennen.
- Fossielen als bewijs Het interpreteren van fossielgegevens als bewijs van vroegere levensvormen gaat makkelijker als je kind al woorden kent zoals fossielenarchief en uitsterven.