Breuken vergelijken
Stambreuken en breuken met dezelfde noemer vergelijken en op volgorde zetten
Je kind beheerst dit als het...
- Zet 1/2, 1/3, 1/4 en 1/5 op volgorde van groot naar klein
- Legt uit dat een grotere noemer een kleinere stambreuk betekent
- Vergelijkt 2/5 en 4/5 en legt uit dat 4/5 groter is omdat het meer vijfden bevat
Vraag eens aan je kind
Als je kind 3/8 van een taart heeft opgegeten en iemand anders 5/8 van dezelfde taart, kan die je dan vertellen wie het meest heeft gegeten en die breuken op volgorde zetten van klein naar groot?
Eerst dit
- Breuken op de getallenlijn Om breuken te kunnen vergelijken, moet je kind ze kunnen zien als getallen op een getallenlijn.
- Een vorm in meer gelijke delen verdelen Hoe meer stukken, hoe kleiner elk stuk: dat inzicht helpt te snappen waarom 1/5 kleiner is dan 1/3.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Breuken vergelijken (8+) Ervaring met het vergelijken van breuken met dezelfde noemer is nodig voordat je kind breuken met dezelfde teller kan vergelijken.
- Breuken vergelijken (vanaf 7 jaar) Sommige vraagstukken vereisen dat je kind breuken kan vergelijken.
- De kansschaal van 0 tot 1 Om kansen als breuk, decimaal getal en percentage uit te drukken, moet je kind breuken kunnen vergelijken en ordenen: een vaardigheid die wordt opgebouwd bij het onderdeel Breuken.