3D-vormen (5+)
Analyseert en vergelijkt 2D- en 3D-vormen en beschrijft zijden, hoeken en andere kenmerken in eigen woorden
Je kind beheerst dit als het...
- Telt de zijden en hoeken van een vorm
- Vergelijkt een driehoek en een rechthoek op basis van het aantal zijden
- Beschrijft een kubus als een vorm met 'vierkante vlakken' en 'hoeken'
Vraag eens aan je kind
Kan je kind beschrijven waarin twee vormen van elkaar verschillen, bijvoorbeeld door uit te leggen dat een driehoek 3 hoeken en 3 zijden heeft en een vierkant van allebei 4?
Eerst dit
- 2D-vormen Om vormen te analyseren en te vergelijken, moet je kind ze eerst kunnen benoemen.
- 3D-vormen Om 3D-vormen te analyseren, moet je kind ze eerst kunnen herkennen en benoemen.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- 2D-vormen (6+) Het preciezer beschrijven van eigenschappen bouwt voort op het eerder, informeel bekijken van zijden en hoekpunten.
- Hoeken in driehoeken (6+) Het herkennen van kenmerkende eigenschappen bouwt voort op het informeel bekijken en vergelijken van vormen.
- Ribben, hoekpunten en vlakken Het formeel beschrijven van eigenschappen bouwt voort op het informeel bekijken van vormen
- Vormen bouwen en tekenen Om vormen na te bouwen of te tekenen, moet je kind eerst weten welke kenmerken een vorm heeft, zoals het aantal zijden en hoekpunten.
- Eenvoudige vormen combineren Als je kind de kenmerken van vormen kent, snapt het beter hoe de stukjes in elkaar passen bij het samenstellen van vormen.