Hoeken in driehoeken (6+)
Maakt onderscheid tussen kenmerken die een vorm bepalen (zoals dat een driehoek gesloten is en drie zijden heeft) en kenmerken die dat niet doen (zoals kleur, richting en grootte)
Je kind beheerst dit als het...
- Bouwt en tekent vormen met de kenmerken die daarbij horen
- Herkent dat een driehoek een driehoek blijft, ongeacht de grootte, kleur of richting
- Legt aan de hand van de bepalende kenmerken uit waarom een vorm wel of niet bij een bepaald type hoort
Vraag eens aan je kind
Begrijpt je kind dat een driehoek een driehoek is door de 3 zijden en 3 hoeken, en niet door de kleur of de richting waarin hij ligt?
Eerst dit
- 2D-vormen Om het verschil tussen kenmerkende en niet-kenmerkende eigenschappen te herkennen, moet je kind eerst de namen van gangbare tweedimensionale vormen kennen.
- 3D-vormen (5+) Het herkennen van kenmerkende eigenschappen bouwt voort op het informeel bekijken en vergelijken van vormen.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Hoeken in driehoeken (7+ jaar) Vormen tekenen op basis van kenmerken bouwt voort op het onderscheid tussen wezenlijke en niet-wezenlijke kenmerken.
- 2D-vormen (6+) Als je kind de kenmerkende eigenschappen van een vorm begrijpt, kan het die eigenschappen ook preciezer omschrijven.