Natuur en techniek › Ecosystemen en leefgebieden
groep 5 t/m 6richtlijnWoordenschat: voedselketens en ecosystemen
Woorden gebruiken voor voedselrelaties en rollen in de natuur (producent, consument, roofdier, prooi, planteneter, vleeseter, alleseter, afbreker, voedselketen, voedselweb, kringloop van voedingsstoffen) en met deze woorden beschrijven hoe energie en stoffen door een ecosysteem stromen
Je kind beheerst dit als het...
- Bouwt een voedselketen correct op met producent, consument, roofdier en prooi op de juiste plek
- Maakt het verschil duidelijk tussen planteneter, vleeseter en alleseter, met kloppende voorbeelden uit een gegeven ecosysteem
- Legt met de juiste woorden uit wat een afbreker doet en waarom dat belangrijk is
Vraag eens aan je kind
Kan je kind een voedselketen tekenen van een plant tot aan een roofdier aan de top, en bij elk dier aangeven of het een producent, consument, roofdier of prooi is?
Daarna verder met
- Kringloop van stoffen in een ecosysteem Om te modelleren hoe stoffen door ecosystemen bewegen, heeft je kind kennis nodig van de voedingsstoffenkringloop en ontleders.
- Voedselketens en energieoverdracht Voedselketens opstellen en lezen vraagt om kennis van begrippen als producent, consument, roofdier en prooi.
- Voedselwebben en onderlinge afhankelijkheid Voor het maken van voedselwebben en het begrijpen van onderlinge afhankelijkheid heeft je kind de woorden voedselweb, producent en ontleder nodig.