Natuur en techniek › Krachten en beweging
groep 2 t/m 4richtlijnWoordenschat over krachten
Krachten benoemen en beschrijven met de juiste woorden: kracht, duwen, trekken, draaien, uitrekken, samendrukken, contactkracht, kracht op afstand, zwaartekracht, gewicht, wrijving, luchtweerstand en opwaartse kracht. Ook het verschil kunnen benoemen tussen krachten waarbij aanraking nodig is en krachten die op afstand werken.
Je kind beheerst dit als het...
- Benoemt in minstens vijf voorbeeldsituaties correct welke kracht er werkt (bijvoorbeeld: 'wrijving remt de slee af', 'zwaartekracht trekt de appel naar beneden')
- Maakt met de juiste termen onderscheid tussen contactkrachten (wrijving, opwaartse kracht) en krachten op afstand (zwaartekracht, magnetisme)
- Gebruikt 'gewicht' in beschrijvingen correct als kracht, en maakt onderscheid met 'massa'
Vraag eens aan je kind
Kan je kind, als hij of zij van de glijbaan glijdt en onderaan afremt, benoemen welke kracht daarvoor zorgt en dit woord correct spellen?
Daarna verder met
- Contactkrachten en krachten op afstand Om het verschil te zien tussen contactkrachten en krachten op afstand, heeft je kind deze precieze termen nodig
- Luchtweerstand & wrijving Het herkennen van luchtweerstand, waterweerstand en wrijving vereist dat je kind deze begrippen al kent.
- Wrijving en oppervlakken Om te vergelijken hoe dingen bewegen op verschillende oppervlakken, heeft je kind woorden voor wrijving nodig.
- Zwaartekracht & vallende voorwerpen Het uitleggen van zwaartekracht vereist woorden als zwaartekracht, gewicht en kracht op afstand.