Natuur en techniek › Organismen en levensprocessen
groep 6 t/m 7richtlijnWoordenschat orgaanstelsels
Gebruik vaktermen voor de belangrijkste orgaanstelsels, zoals orgaan, orgaanstelsel, bloedsomloop, spijsverteringsstelsel, ademhalingsstelsel, skelet, spierstelsel, voedingsstof, zuurstof, koolstofdioxide, bloedvat, slagader, ader, haarvat, enzym, en beschrijf met deze termen de functie van elk stelsel
Je kind beheerst dit als het...
- Noem de belangrijkste organen van minstens twee lichaamsstelsels en benoem hun functie met de juiste vaktermen
- Gebruik de woorden 'bloedsomloop', 'spijsvertering' en 'ademhaling' op de juiste manier in een geschreven beschrijving van het lichaam
- Leg met de juiste anatomische termen het verschil uit tussen een slagader en een ader
Vraag eens aan je kind
Kan je kind uitleggen wat de bloedsomloop doet, niet alleen 'het hart pompt bloed rond', maar met woorden als 'zuurstof', 'slagader' en 'bloedvat'?
Daarna verder met
- Het bloedsomloopstelsel Om onderdelen van de bloedsomloop te herkennen en benoemen, heeft je kind woorden als 'slagader', 'ader', 'haarvat' en 'bloedvat' nodig.
- Levensfasen van de mens Om de fasen van de levenscyclus van de mens te kunnen beschrijven, heeft je kind woorden voor orgaanstelsels nodig.
- Transport van voedingsstoffen bij dieren Om te kunnen beschrijven hoe voedingsstoffen en water door dieren worden vervoerd, heeft je kind kennis van de organenstelsels nodig.