Vormen verdelen in gelijke delen (7+)
Verdeelt cirkels en rechthoeken in twee, drie of vier gelijke delen; benoemt delen als helften, derden en kwarten; herkent dat gelijke delen van hetzelfde geheel er niet hetzelfde uit hoeven te zien
Je kind beheerst dit als het...
- Kan een cirkel in 3 gelijke delen verdelen en elk deel 'een derde' noemen
- Kan een rechthoek op meer dan één manier in 4 gelijke delen verdelen
- Kan uitleggen dat twee delen er anders uit kunnen zien en toch even groot zijn
Vraag eens aan je kind
Als je een rechthoek op twee manieren in drieën verdeelt (drie stroken of drie vierkanten), ziet je kind dan dat het allebei gelijke derden zijn, ook al zien de stukken er anders uit?
Eerst dit
- Een vorm in meer gelijke delen verdelen Gelijke delen van verschillende vormen begrijpen vereist het besef dat meer delen betekent dat elk deel kleiner is.
- Helften en kwarten van vormen Bouwt voort op verdelen in helften en kwarten, door er nu ook derden aan toe te voegen.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Breuken als delen van vormen Eerdere ervaring met het verdelen in gelijke delen legt de basis voor het werken met breuken bij oppervlaktes.
- Breuken van een geheel Iets in gelijke delen verdelen is de basis voor het begrijpen van breukdelen