Engels › Engelse grammatica en interpunctie
groep 2 t/m 3richtlijnVoorzetsels
Begrijpt en gebruikt de meest voorkomende voorzetsels van plaats en richting (bijvoorbeeld to, from, in, out, on, off, for, by, with)
Je kind beheerst dit als het...
- Gebruikt voorzetsels op de juiste plek in een zin (bijvoorbeeld 'on the table', 'under the bed')
- Volgt instructies waarin voorzetsels voorkomen (bijvoorbeeld 'Put the book on the shelf')
- Beschrijft waar iets is met voorzetsels
Vraag eens aan je kind
Als je je kind vraagt om te beschrijven waar iets ligt, bijvoorbeeld waar het kopje op tafel staat, gebruikt je kind dan kleine woordjes als "on", "under", "next to" of "by" op de juiste manier?
Eerst dit
- Luisteren en reageren Luisteren en reageren ondersteunt het leren van voorzetsels.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Tijd, plaats en oorzaak uitdrukken Voorzetsels gebruiken om tijd en oorzaak aan te geven, bouwt voort op de voorzetsels die je kind al kent uit een eerder leerjaar.
- Uitgebreide naamwoordgroepen (9+ jaar) Om voorzetselgroepen te vormen, moet je kind de meest voorkomende voorzetsels van plaats en richting kennen.
- Voegwoorden, voorzetsels en tussenwerpsels Het begrijpen van woordfuncties bouwt voort op het begrijpen van voorzetsels.
- Uitgebreide naamwoordgroepen (vanaf 8 jaar) Voorzetselbepalingen in naamwoordgroepen bouwen voort op kennis van voorzetsels