Rekenen › Optellen en aftrekken
groep 3richtlijnTientallen van elkaar aftrekken
Tientallen (10 tot 90) van tientallen aftrekken met behulp van inzicht in plaatswaarde
Je kind beheerst dit als het...
- Rekent 70 − 30 = 40 uit
- Laat met blokjes van tien zien dat 80 − 50 = 30
- Legt uit dat tientallen aftrekken hetzelfde is als de tientallen-cijfers van elkaar aftrekken
Vraag eens aan je kind
Kan je kind '80 − 50' of '70 − 40' snel uit het hoofd uitrekenen door na te denken over hoeveel tientallen er overblijven?
Eerst dit
- Aftrekken als weghalen Om veelvouden van 10 af te trekken, moet je kind eerst weten hoe aftrekken werkt
- Ronde tientallen Om veelvouden van 10 af te trekken, moet je kind eerst snappen dat tientallen (zoals 20, 30, 40) zijn opgebouwd uit tienen
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.