Soorten hoeken (11+)
Gebruikt gangbare meetkundige termen en notatie om punten, lijnen, evenwijdige en loodrechte lijnen, rechte hoeken, regelmatige veelhoeken en spiegel- of rotatiesymmetrische veelhoeken te beschrijven, schetsen en tekenen
Je kind beheerst dit als het...
- Gebruikt de juiste notatie voor lijnstukken (AB), hoeken (∠ABC) en evenwijdige lijnen (AB ∥ CD)
- Schetst een regelmatige zeshoek en beschrijft de rotatie- en spiegelsymmetrie ervan
- Herkent en benoemt loodrechte en evenwijdige lijnen in een gegeven figuur met standaardsymbolen
Vraag eens aan je kind
Als je je kind vraagt een driehoek te beschrijven met correcte meetkundige notatie, door de hoeken en zijden met letters te benoemen, kan hij of zij dat dan duidelijk genoeg doen zodat iemand anders de driehoek kan natekenen?
Eerst dit
- Regelmatige en onregelmatige veelhoeken Om regelmatige veelhoeken te beschrijven, moet je kind het onderscheid kennen dat het al op de basisschool heeft geleerd.
- Vormen indelen op eigenschappen Meetkundige notatie in het voortgezet onderwijs bouwt voort op het indelen van vormen en de vaktaal daarover die je kind op de basisschool heeft geleerd.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Eigenschappen van driehoeken en vierhoeken Om eigenschappen van vormen af te leiden, heeft je kind eerst een vlotte meetkundige woordenschat nodig.
- Hoeken in driehoeken (12+) De criteria voor congruentie van driehoeken vereisen dat je kind de standaardnotatie voor het benoemen van hoekpunten kent.