Rekenen › Vermenigvuldigen en delen
groep 7richtlijnRekenzinnen opschrijven
Schrijf eenvoudige rekenzinnen die berekeningen met getallen vastleggen, en interpreteer rekenzinnen zonder ze uit te rekenen (bijvoorbeeld herkennen dat 3 × (18932 + 921) drie keer zo groot is als 18932 + 921)
Je kind beheerst dit als het...
- Een rekenzin opschrijven voor 'tel 8 en 7 op, en vermenigvuldig dat met 2', met gebruik van haakjes
- Uitleggen wat 4 × (365 − 12) voorstelt, zonder het uit te rekenen
- Twee rekenzinnen vergelijken en bepalen welke het grootst is, zonder ze uit te rekenen
Vraag eens aan je kind
Kan je kind naar '4 × (5 + 3)' kijken en zeggen 'dat is 4 keer de uitkomst van 5 plus 3', en zo de rekenzin lezen als een beschrijving van een berekening, zonder hem eerst te hoeven uitrekenen?
Eerst dit
- Haakjes in berekeningen Het opstellen en lezen van wiskundige uitdrukkingen vereist inzicht in haakjes en andere groeperingstekens
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Algebraïsche vergelijkingen opstellen Het opschrijven van algebraïsche uitdrukkingen bouwt voort op het opschrijven en interpreteren van rekenkundige uitdrukkingen
- Eenvoudige formules gebruiken Formules interpreteren sluit aan bij het interpreteren van numerieke uitdrukkingen.