Praktische vaardigheden › Ondernemerschap
groep 2 t/m 3richtlijnProducten en diensten
Sommige mensen maken dingen (producten), sommige mensen doen dingen voor anderen (diensten); beide herkennen in het dagelijks leven en begrijpen dat beide waardevol zijn
Je kind beheerst dit als het...
- Kan een set plaatjes indelen in producten (dingen die je kunt aanraken) en diensten (dingen die mensen voor je doen)
- Kan drie voorbeelden van producten en drie voorbeelden van diensten uit het eigen dagelijks leven noemen
- Kan uitleggen dat zowel dingen maken als mensen helpen waardevolle vormen van werk zijn
Vraag eens aan je kind
Kan je kind jou het verschil vertellen tussen een product dat je in een winkel koopt en een dienst zoals geknipt worden, en van allebei een voorbeeld geven?
Daarna verder met
- Iets maken om te verkopen Je kind moet eerst weten wat goederen zijn, voordat het een product bedenkt om te verkopen.
- Kopers en verkopers Je kind moet eerst weten wat producten en diensten zijn, voordat het begrijpt hoe kopen en verkopen werkt.
- Productieketens Je kind moet het verschil tussen goederen en diensten kennen voordat het toeleveringsketens kan volgen.