Natuur en techniek › Insecten en kleine beestjes
groep 2 t/m 3richtlijnLeefgebieden van minibeestjes
Waar minibeestjes leven: kleine leefgebiedjes. Verschillende minibeestjes hebben andere voorkeuren: onder boomstammen (vochtig, donker), in de grond (ondergronds), op bladeren (zonnig), in vijverwater (nat). Het idee dat je op verschillende plekken andere diertjes vindt.
Je kind beheerst dit als het...
- Noemt minstens twee leefplekjes van minibeestjes, zoals onder boomstammen, in de grond of op bladeren
- Voorspelt welk type minibeestje je zou kunnen vinden op een vochtige, donkere plek tegenover een zonnig blad
- Legt uit dat verschillende minibeestjes andere omstandigheden verkiezen, zoals nat, droog, donker of licht
Vraag eens aan je kind
Als je je kind zou vragen waar je in de tuin het beste naar pissebedden of wormen kunt zoeken, kan je kind dan vertellen wat voor plek deze diertjes fijn vinden, bijvoorbeeld ergens vochtig en donker?
Eerst dit
- Beestjes herkennen & benoemen Je kind moet eerst veelvoorkomende kleine beestjes kunnen herkennen voordat het onderzoekt waar elk soort leeft
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Leefgebieden en basisbehoeften Wat je kind eerder spelenderwijs ontdekte over kleine leefomgevingen dicht bij huis, verrijkt later het onderwerp leefgebieden.
- Planten en dieren uit de buurt Weten waar kleine beestjes leven verrijkt het onderdeel over planten en dieren in leefgebieden