Natuur en techniek › Weer en klimaat
groep 6 t/m 7richtlijnKlimaatzones
Weet dat de aarde verschillende klimaatzones heeft: tropisch (heet en vochtig, rond de evenaar), gematigd (mild, met vier seizoenen), polair (ijzig koud), aride/woestijn (erg droog) en gebergte (koud op grote hoogte), en dat elke zone een ander ecosysteem en andere manier van leven mogelijk maakt
Je kind beheerst dit als het...
- Noemt en beschrijft minstens vier klimaatzones
- Legt uit wat bepaalt tot welke zone een plek behoort (vooral de breedtegraad en de geografie)
- Geeft een voorbeeld van hoe een klimaatzone de planten, dieren of mensen die er leven beïnvloedt
Vraag eens aan je kind
Zou je kind, kijkend naar een wereldkaart met klimaatzones, kunnen uitleggen waarom het Amazoneregenwoud, de Sahara en de Noordpool zo'n verschillend weer, planten en dieren hebben?
Eerst dit
- Aardrijkskunde & lokaal weer Klimaatzones brengen structuur aan in het idee dat het weer overal ter wereld anders is.
- Weer versus klimaat Om klimaatzones te snappen, moet je kind eerst het verschil tussen weer en klimaat begrijpen.
- De zon als motor van het weer Klimaatzones zijn makkelijker te begrijpen als je kind al weet dat de zon het weer op aarde aandrijft.
Gevulde stip: nodig. Open stip: handig, maar niet verplicht.
Daarna verder met
- Wereldwijde windpatronen Wereldwijde luchtcirculatie hangt af van klimaatzones
- De polaire klimaatzone De context van klimaatzones verrijkt het onderwerp poolklimaatzone (Weer 9-11 -> Polair 9-11).
- Gematigde regenwouden Inzicht in klimaatzones helpt om tropische en gematigde regenwouden met elkaar te vergelijken (Weer 9-11 -> Regenwouden 9-11).
- Klimaatverandering: de basis De gevolgen van klimaatverandering worden duidelijker met kennis van klimaatzones